De puzzel en de encyclopedie

We zaten aan de avondmaaltijd. – Raar woord eigenlijk: maaltijd. Van malen. Met je tanden en kiezen. Eigenlijk is ‘maaltijd’ gewoon een wat onsmakelijk, nogal plastisch woord. Maar goed. – We spreken enkele tientallen jaren terug en we zaten net te malen toen de bel ging. Om etenstijd.

Nou, díe moest een goed excuus hebben voor deze inbreuk op het gezinsleven. Dat hoorde ik aan de manier waarop mijn moeder haar bestek neerlegde; daar klonk heel beslist een onuitgesproken verwijt in door. Ze liep naar de gang om open te doen. We hoorden een mannenstem, mijn moeders stem en toen ging de kamerdeur weer open. “Heb jij”, vroeg mijn moeder – en ze keek naar mij – “een encyclopedie besteld?”

“De puzzel!”, zei ik. Ik veerde op. “Is de puzzel er?” “Het enige wat ik weet”, zei mijn moeder, “is dat er nu op de stoep iemand zich staat op te warmen om een enyclopedie te verkopen, met jouw naam op zijn papiertje. Ik dacht, hier klopt iets niet.” “Wat voor encyclopedie?”, zei m’n vader nu ook, gealarmeerd. Alsof het nog uitmaakte of het de Winkler Prins of de Grote Oosthoek was: – ‘De Grote Oosthoek? O nee, dán is het goed…’

Ik wachtte verder commentaar niet af en liep opgetogen naar de voordeur. Daar stond een veertiger met een uitpuilende aktetas en twee encyclopedie-delen onder z’n arm die zich met een stralende glimlach oprichtte om z’n verkooppraatje los te laten op de persoon die zijn encyclopedie had besteld: mij. Eerst keek hij te hoog, toen ongelovig en ten slotte ebte de glimlach een beetje weg.

“Komt u de puzzel brengen?”, vroeg ik. “De puzzel”, zei de man. Ik knikte: “De legpuzzel. Met alle landen van de wereld. Die je mocht houden, ook als je de encyclopedie niet wilde hebben.” wereldkaart-large-nederlandstalig-met-ophangsysteem-1476“Ah, die puzzel”, zei de man. Het was even stil. “Dus jij hebt de bestelling gedaan?”, vroeg hij ten slotte. Ik knikte. Ja hoor, ik had helemaal zelf een vinkje gezet bij ‘Ik vraag vrijblijvend informatie aan en de puzzel mag ik in elk geval houden.’ Zo moeilijk was dat niet. En een postzegel was ook niet nodig geweest. “Ik dacht dat ze de puzzel gewoon zouden opsturen”, zei ik. “Nee”, zei de man, met een klein lachje. “Ze sturen mij erbij.”

Hij begreep nu dat hier niets te halen viel,  herpakte zich en dook in z’n aktetas voor de puzzel. “Dank u wel”, zei ik blij. “Dag”, zei hij, “en veel plezier ermee.”

Vanuit de huiskamer zagen we hoe hij zijn tas op de achterbank van z’n auto hees, een clipboard pakte, ergens een streep doorheen trok en nog één keer wat vertwijfeld omkeek. En omdat we allemaal zaten te kijken, zwaaiden we maar een beetje terug. Toen stapte hij achter het stuur en reed weg. We vervolgden het malen der maaltijd, en mijn vader keek zo nu en dan naar de puzzel en schudde dan z’n hoofd. De hele verdere avond schoot hij met tussenpozen in de lach.

Advertenties