I scream for icecream

Het moet ergens voorin de jaren zeventig zijn geweest. Ben, een oudere neef uit Australië, ‘deed een rondje’ Nederlandse familieleden. Vrouwlief bleef thuis, maar z’n zoontjes Patrick en Puck kwamen mee. En neem me niet kwalijk, maar in die tijd was een neef die uit Australië overkwam zo’n beetje het hoogtepunt van het jaar. Wekenlang van tevoren verkeerde de familie in Nederland in een opgewonden roes van regel- en bemoeizucht. In welke volgorde zou Ben wie gaan bezoeken en wanneer? En hoelang? Nooit eerder hadden alle ooms en tantes onderling zoveel te bespreken gehad.

Aangezien er nog geen e-mailverkeer was, ging veel van dat overleg per telefoon. Maar de rondzendbrief bleef favoriet, met keurige doorslagjes voor elk aangehaakt gezin, zodat iedereen wist waar Ben op een bepaalde dag uithing. Zo hoefde niemand te missen dat – voor wie wilde – op Dag Vijf de groentesoep met balletjes stond te pruttelen bij een nerveuze tante Dien, getuige het dringende verzoek of de eventuele visite z´n eigen bestek wilde meenemen. En borden. En glazen. En vooruit maar: ook servetten. En dat ome Piet zich op Dag Zes zou ontfermen over de macaroni, geheel volgens eigen recept. Dat kwam er in de praktijk op neer dat het gerecht heel wel gelijkenissen kon vertonen met iets wat alleen het jongste neefje argeloos durfde te benoemen, waarna het kereltje meteen wegdook omdat de grote hand van z’n pa schier hoorbaar-suizend de lucht doorkliefde voor de inmiddels goeddeels uitgestorven draai om de oren.

Ben zelf was in gezegende onwetendheid van al die Nederlandse regelzucht. Om de voorpret wat te verhogen, stuurde hij foto’s op van zijn huis op een zonbestoven ranch, de ‘swimmingpool’, de witte Toyotatruck met laadbak – roodbepoederd van de Australische ijzerhoudende aarde en beladen met kampeerspullen en vervaarlijk uitziende snoeiwerktuigen – én zichzelf. Barbecueënd tijdens een feestje, zo stond hij te midden van een twintigtal kinderen, nog eens zoveel volwassenen, zeven honden, een kangoeroejong – een ‘joey’ stond erbij – en een paar stoïcijns rondscharrelende kippen. In de hoek was een loerende kat te zien, net te groot om nog aangenaam te zijn, waarschijnlijk een wild exemplaar. Ben kennende zou het dier er in genadetijd vertoeven. Leuk om indruk mee te maken, maar één teken van z´n ware aard en de luchtbuks brengt uitkomst.

Intussen rende het merendeel van het gezelschap schaarsgekleed achter een bal of elkaar aan, of stond te tennissen op het ‘lawn’, zó uitgestrekt dat je niet kon zien waar het eindigde; in de verte een doorkijkje naar grazende paarden. Ben zelf stond grijnzend in korte broek en op slippers middenin een wolk van grijszwarte rook bij een uit steen opgetrokken barbecue. In de ene hand hield hij een tang omhoog met daartussen een zwartgeblakerd stuk vlees, in de andere hand een flesje bier. Hij zou het kneuterige Holland de eerste dagen vast geweldig vinden, zolang de nostalgie de boventoon voerde. Daarna?

Natuurlijk stonden Bens ouders hem op Schiphol op te wachten. En omdat hun eigen Daf de lange Ben, de kinderen, alle koffers én hunzelf niet in één keer verstouwen kon, had een toeschietelijke overbuurman zijn Volkswagen Bus in de strijd geworpen. De petroleumkleurige wagen was een toonbeeld van degelijkheid, maar alleen buurman zelf kon de stroef in z’n rails schuivende zijdeur in beweging krijgen. Hij draaide daartoe de hendel met kennersblik in een bepaalde positie en trok zich daarna alsnog een ongeluk, zwaar hangend in de deuropening. En omdat het een warme zomerdag was, en airco nog een belofte van de toekomst, stond hij z’n voorhoofd al te betten toen het nog amper tot een begroeting was gekomen. Maar de twee jongens – de boys – klommen opgetogen naar binnen en verdrongen elkaar voor een plekje aan het raam. Geen spoortje vermoeidheid, geen greintje last van de hitte.

De eerste dagen logeerde Ben met Patrick en Puck bij zijn ouders in hun appartementje. Daarna ging hij met z’n boys op tournee, de paden op, de Hollandse huiskamers in. En aangezien hij flink wat ooms en tantes had, stonden er aardig wat bezoekjes op stapel.

In mijn herinnering reisde er in het kielzog van Bens gezin een kleine karavaan aan Nederlandse familieleden mee die elkaar zo ook weer eens zagen. Ongeacht bij welk familielid Ben die dag vertoefde, dáár was het de zoete inval. Tot die ooms en tantes die hij zou bezoeken, behoorden ook mijn vader en moeder. Mijn moeder had rekening gehouden met een tijdelijk ontwricht huishouden. De kleine woonkamer – die toch al aardig wat meubeltjes moest herbergen – was al een dag van tevoren uitgebreid met klapstoeltjes van de buren en tuinstoelen met piepende springveren. Hordenlopend en tenenstotend klaagde mijn vader erover met langgerekte ‘acccchhh’s’ en ‘occcchhh’s’. ‘Het is jóuw familie’, zei mijn moeder dan – praktisch. Dat haalde doorgaans de occcchhh’s er wel uit.

Boven was een slaapkamer getransformeerd tot spel- en speeldomein. Er stond een tafel voor allerhande bordspelletjes en een sjoelbak, speciaal voor de gelegenheid door mijn vader gepolitoerd met lijnolie totdat de schijven er praktisch zonder weerstand overheen gleden, ja, zelfs leken te vlíegen.

Maar heel vreemd, ook stonden en hingen er overal ineens allerlei spullen die ik nog nooit eerder had gezien. Een staande tuimelaar asbak, gedienstig omhoog gehouden door een nephouten engeltje; een gehaakt tafelkleedje – duidelijk huisvlijt; een houten masker met een blik die weinig goeds voorspelde; een Spaans danseresje in de olé-stand. Waar kwamen die ineens vandaan? Het bleken ‘visitecadeautjes’ te zijn. Van die cadeautjes die je in dank aanvaardt en daarna opbergt, tot de volgende keer dat de gulle gevers langskomen, zoals nu. Dan geef je de spulletjes een ereplekje – de visite reageert blij verrast – waarna je alles na afloop weer opbergt. Het vergt wat improvisatie, maar dan heb je ook wat.

Ben, Patrick en Puck kwamen, en met hen een hele entourage; ik vond het prachtig. Als kind heb je geen zorgen over wie wat drinkt, of de glazen nog wel vol zijn, en of de hapjes niet staan te verpieteren op het warmhoudplaatje van het fornuis – vermoeiende hersenspinsels van volwassenen. Het ging om de tegenvoeters: familie en tegelijkertijd een en al exotica. Die Ben, wat een spannende verhalen kwamen daaruit. Ik was net begonnen alle boeken van Jules Verne te verslinden, maar wat een miserabele kost was dat vergeleken bij zijn leven in de bush. En de achterneefjes spraken vloeiend Engels. Okee, ze waren in Australië geboren, maar toch knap, zo jong al. Wat wel lastig was: ik kon ze nauwelijks verstaan en zij mij niet. Het keerpunt kwam toen ik ze kon gaan vertellen dat er ijsjes waren. Puck stond boven al een half uur de sjoelbakschijven alle hoeken van de kamer te laten zien, en Patrick was beneden, én onder handbereik. Ik schoof hem een ijsje onder z’n neus. ‘Icecream?’, vroeg Patrick, z’n ogen vastgeschroefd aan het bolletje. Ah, zó heet dat. Ik knikte: ‘Icecream’. Hij draaide zich om en riep door het trappengat naar boven: ‘Puck!’ De oorverdovende herrie boven maakte plaats voor een verwachtingsvolle stilte. ‘Icecream!’, riep Patrick, ‘I scream for icecream!’

Dat was de dag dat ik ontdekte dat onze trap van boven naar beneden in één… maximaal twee seconden was te overbruggen. Ik heb de neefjes daarna nooit meer gezien en bij één van hen zal dat ook niet meer lukken. Maar nog altijd als ik het woordje icecream hoor, denk ik aan de boys.

-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+-+

Soms kleeft aan bepaalde woorden – zoals hier icecream – een sterke herinnering aan het moment dat je ze voor het eerst hoorde. Lees bijvoorbeeld ook onderstaand verhaal (eveneens vrij naar de waarheid):
>De erfenis, een echte Pontiac – 1968

Weet iemand nog welk woord hij of zij voor het eerst hoorde en ook wanneer? Wil je het opschrijven – als reactie hieronder – of als verhaal opsturen via ‘mail mij‘? Als je het leuk vindt, plaats ik het op mijn blog, eventueel met (aangeleverde) plaatjes/foto’s erbij.
>lees hier het ingestuurde verhaal over de pijplurkende economieleraar

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s